Rugby voor gevorderde dummies

Rugby voor gevorderde dummies

Dacht jij dat rugby een simpel spel was waarbij het vooral draait om de grootste spierballen? Dan heb je het mis.

Auteur: Jennifer van den Akker | 6 juli 2016 | 11.50 uur

Oké, na de intro over rugby weet je dat je niet naar achter mag gooien en hoe je moet scoren. Nu ben je toe aan de uitgebreidere regels en situaties. De meest lastige situatie is misschien de ruck. Dus laten we daarmee beginnen.

Rugby voor gevorderde dummies

What the ruck?!
Een ruck ziet er misschien wat lomp uit en je denkt misschien dat je deze alleen op brute kracht wint. Niets is minder waar. Deze situatie is aan heel veel regels gebonden. Nu wordt het een beetje technisch.

Na een tackle is er vaak een ruck. Een ruck is gevormd wanneer er twee spelers, één van elk team, fysiek contact maken terwijl de bal op de grond ligt. De getackelde speler moet de bal immers loslaten. Wanneer je heel snel bij deze situatie bent, en er is nog geen tegenstander, dan mag je de bal pakken en doorspelen.

Als de scheidsrechter fluit tijdens een ruck kunnen er verschillende dingen aan de hand zijn:

  • Not releasing. De getackelde speler heeft de bal niet snel genoeg losgelaten. Na een tackle ‘plaats’ je de bal richting jouw teamgenoten op de grond, daarna moet je loslaten. 

  • Not rolling away. De tackelaar rolt niet weg van de situatie. Je mag niet in de weg blijven liggen en de tegenstander hinderen.

  • From the side. Een speler is van de zijkant ‘ingekomen’. Dat mag niet, je mag alleen vanaf de achterkant deelnemen aan de ruck.

  • Hands in the ruck. Een speler probeert de bal met de handen te pakken. Dat mag niet tijdens een ruck. In het open spel uiteraard wel.

  • Offside. Buitenspel. Een speler die niet meedoet aan de ruck, mag er niet naast staan. Maar je moet achter de achterste voet van de laatste man staan. Pas dan kun je weer meedoen aan het spel.

De scrum, de maul en de line-out
De scrum is een spelhervatting na een lichte overtreding zoals een knock on (een speler laat de bal naar voren vallen) of een forward pass (een speler gooit de bal voorwaarts naar zijn medespeler). Acht spelers van elk team vormen een formatie waarbij de eerste rij in elkaar schuift. De nummer 9 (scrumhalf) gooit de bal in de tunnel en de twee pacts strijden om de bal door zo hard mogelijk te duwen. De middelste speler van de eerste rij mag de bal met een voet naar achter hooken. Zo proberen beide teams de bal naar achter te manouvreren.

Wanneer je als baldrager wordt vastgehouden - dus niet getackeld - door minstens één tegenstander en wanneer een teamgenoot zich aan deze situatie bindt, spreken we van een maul. Het sterkste team duwt de maul zo ver mogelijk richting de tryline.

Als de bal uit gaat, wordt het spel hervat met een line out. De ingooiende partij bepaalt het aantal spelers dat zich in een rechte lijn achter elkaar opstelt. De nummer 2 gooit de bal in vanaf de zijlijn en de opgestelde spelers van beide teams mogen een speler liften. Waar de bal komt, voor of achter, wordt onderling afgesproken door middel van codetaal.

Het zijn ze nog lang niet alle rugbyregels. Maar als je deze een beetje kent, is het nog veel leuker om naar een wedstrijd te kijken! En je kunt erover meepraten met je vrienden. Is ook wat waard.