Wat is úw Olympisch goud?

Nieuws - 2016-10-17

Wat hebben ondernemers en een topsporter die op jacht is naar Olympisch goud met elkaar gemeen? Verrassend veel, zo bleek bij de presentatie die voormalig zwemmer Pieter van den Hoogenband gaf tijdens de Week van de Ondernemer. Zijn belangrijkste lessen: slim trainen, weten waar je goed in bent en op tijd innoveren om de concurrentie voor te blijven.

Wat vind ik leuk? En waar ben ik goed in? Die vragen stelde Pieter van den Hoogenband zichzelf in 1988, op 10-jarige leeftijd. Nadat hij in dat jaar zwemmer Matt Biondi zag uitblinken op de Olympische Spelen was de keuze gemaakt. De rest is geschiedenis.

In 1996 moet de ‘Dutch Dolphin’ op de Olympische Spelen van Atlanta nog genoegen nemen met twee 4e plaatsen. Vier jaar later is het in Sydney wél raak. In Australië wint Van den Hoogenband goud op de 100 meter en 200 meter vrije slag. Die fenomenale prestatie doet hij op de Spelen van Athene nog eens dunnetjes over, met opnieuw een gouden medaille op de 100 meter vrij.

Zwemmen als teamsport

“Ik ben pas echt succesvol geworden toen ik van hard trainen overstapte op slim trainen, door rust en arbeid meer op elkaar af te stemmen. Tegelijkertijd ben ik zwemmen meer als teamsport gaan benaderen, door een groep specialisten samen te stellen die mij als sporter hebben geholpen het maximale uit mezelf te halen”, vertelt de inmiddels 37-jarige Brabander tijdens de Week van de Ondernemer in de Grolsch Veste in Enschede.

Anno 2015 is Van Den Hoogenband nog altijd actief in de sportwereld en is hij ook een veelgevraagd spreker voor het bedrijfsleven. “Iedereen heeft goud in handen, een bepaald talent waarmee hij of zij succesvol kan zijn. In de sport is je tijd beperkt en moet je dat talent snel ontdekken. In het bedrijfsleven kun je er wat langer over doen, al maak je wel vergelijkbare dingen mee.”

Over je eigen branche heenkijken

Als Van den Hoogenband begin jaren ‘90 begint aan het realiseren van zijn Olympische droom, stelt de zwemsport in Nederland maar weinig voor. Daar laat Pieter zich echter niet door tegenhouden. Er wordt een stichting opgericht, er worden sponsors aangetrokken en in Jacco Verhaeren vindt hij de juiste coach.

“We konden een zwembad huren en daar zijn we met een groep getalenteerde zwemmers keihard gaan trainen voor de Spelen van Atlanta. Mijn 4e plaatsen waren mooi, maar als 18-jarige heb ik daar vooral rondgekeken bij andere sporten. Ik wilde weten hoe het eraan toeging bij de volleyballers, de hockeyers en de roeiers. Vervolgens heb ik na Atlanta van al die succesvolle programma’s mensen uitgenodigd om mee samen te werken, van een fysiotherapeut tot een diëtist en een krachttrainer. Zo konden we de noodzakelijke volgende stap zetten voor Sydney, waar het echt moest gebeuren. Over je eigen discipline of branche heenkijken; voor mij is het een echte eyeopener geweest.”

Direct ingrijpen

Op de Olympische Spelen van Sydney werpt het harde werken voor de gehele Nederlandse zwemploeg zijn vruchten af. De equipe wint in totaal acht medailles, waaronder twee keer goud voor Van den Hoogenband. Daarna gaat het vizier al snel op de volgende Spelen, die in 2004 plaatsvinden in Athene.

“Ik wist dat ik opnieuw bepaalde zaken moest aanpassen om de beste te blijven, want stilstand is achteruitgang. Ook in het bedrijfsleven moet je immers op tijd innoveren om niet te worden ingehaald door je concurrenten”, vervolgt Pieter.

“Daarom hebben we de samenwerking met nieuwe specialisten gezocht om weer stappen te kunnen zetten. Kort voor Athene raakte ik echter geblesseerd en moest ik mijn trainingsschema noodgedwongen omgooien. Ik heb toen vooral de focus gelegd op krachttraining en details als mijn ademhaling en techniek, zodat ik toch optimaal voorbereid was. Door direct in te grijpen, won ik in Athene uiteindelijk toch opnieuw goud op de 100 meter vrij."

"Ik ben er trots op dat mijn Olympische droom is uitgekomen en ik vind het mooi om nu mensen te stimuleren ook het beste uit zichzelf te halen. Daarbij benadruk ik vooral dat elke topprestatie een teamprestatie is, en dat het fijn is om te profiteren van elkaars kennis en creativiteit. Maar het belangrijkste is dat je voldoening haalt uit de dingen die je doet en onderneemt.”